Zowaar wij vreemde wezens zijn
met angstige ogen kijken
de treurnis rond onze hoofden zien
verdriet als regen valt
blijven we bang misschien
Zowaar de één de ander dood
de haat blijft hangen in ons hoofd
het zwartste zwart gedachten kleurt blijft
de mens eenzaam en verscheurd
Op de rand van het verleden lacht de toekomst
bewondering komt na verwondering
hoop is licht dat nooit verdwijnt
als de positieve kracht van de mensheid schijnt